Boorsel betekent nog geen activiteit
"Er komt allemaal zaagsel uit het hout als ik erop klop, dus is het actief." Die interpretatie gaat niet altijd op. Droog hout houdt boorsel niet vast — door droging ontstaat meer ruimte, waardoor het boorsel los komt en uit het hout valt. Boorsel is dus niet meteen bewijs van activiteit.
Belangrijk is om te kijken naar de uitvliegopeningen — gaatjes of boorgangen in het hout. Pas dan kun je zeggen om welke vorm van aantasting het gaat, en of er sprake is van activiteit. Dat verschilt per houtsoort en per insect.
Twee houtaantasters met heel verschillend gedrag
- Bonte knaagkever (Xestobium rufovillosum) — de "grote houtworm". Komt veel voor in eikenhout, vaak in combinatie met houtaantastende schimmels. Het vochtgehalte in het hout zal dan vaak hoger zijn dan wenselijk.
- Kleine houtworm (Anobium punctatum) — tast voornamelijk spinthout aan, het zachtere deel van het hout.
Deze twee soorten geven een heel ander schadebeeld en vragen om een hele andere aanpak.
Niet altijd behandelen
Een behandeling is niet altijd nodig. Bij een monument kan extra ventilatie het hout dermate laten terugdrogen dat het voor het insect minder aantrekkelijk wordt — de cyclus vertraagt sterk en kan zelfs tot stilstand komen. Bij een aantasting door kleine houtworm is meestal een oppervlaktebehandeling voldoende.
Vaststellen of er activiteit is
Om vast te stellen of er sprake is van activiteit kan het boormeel onderzocht worden, en kan worden gekeken naar:
- levende larven in het hout;
- eipakketten (niet vaak zelf aan te treffen);
- uitgevlogen kevers bij daglichtvensters (uitvliegperioden verschillen per soort).
Bij zaagsel of boorsel: geen paniek. Kijk eerst naar de situatie, en raadpleeg bij twijfel een specialist.

